|
Auto’s worden steeds veiliger. Met behulp van
kreukelzones, kooiconstructies en airbags helpen zij de inzittenden te
beschermen. De autogordels vormen hierbij een onmisbare schakel.
Maar autogordels zijn ontworpen voor volwassenen. Voor
kinderen tot 1,35 à 1,50 meter (dat kan per auto verschillen) werken ze
veel minder goed en voor baby’s zijn ze totaal ongeschikt.
Kinderen hebben in de auto net zoveel recht op goede
bescherming als volwassenen. Daarom is in Europa afgesproken dat het
gebruik van goedgekeurde kinderzitjes (autostoeltjes en zittingverhogers)
voor kinderen verplicht wordt. Om de regels in de praktijk hanteerbaar te
maken, worden er enkele uitzonderingen gemaakt.
Wat zegt de wet?
Vanaf 1 januari 2006 geldt het volgende:
|
Kinderen kleiner dan 1,35 m |
moeten een autostoeltje of zittingverhoger
gebruiken |
|
Kinderen groter dan 1,35 m en volwassenen (18 jaar en
ouder) |
moeten de autogordel gebruiken en mogen zonodig ook
een zittingverhoger gebruiken |
De autostoeltjes en zittingverhogers moeten goedgekeurd
zijn volgens ECE-reglement 44/03 (of hoger: 44/04). Dit is te zien aan een
keuringslabel of -sticker. Voor een goede werking moet het autostoeltje of
de zittingverhoger op de juiste manier zijn vastgezet.
Bijzondere gevallen en uitzonderingen
Uitzonderingsmogelijkheden zijn in de regels opgenomen om
bestuurders niet strafbaar te maken in gevallen waarin redelijkerwijze
niet van hen verlangd kan worden dat ze voor het kind dat zij op dat
moment vervoeren een goedgekeurd kinderzitje bij zich hebben.
Te weinig gordels
Als er meer passagiers zijn dan gordels, dan mogen
kinderen groter dan 1,35 meter en volwassenen los op de achterbank zitten,
zolang de aanwezige gordels maar door andere passagiers worden gebruikt.
Dit geldt tot 1 mei 2008. Vanaf die datum mag in auto’s die op alle
zitplaatsen gordels hebben, niemand meer zonder gordel worden vervoerd.
Te weinig plaats
Als op de achterbank al twee autostoeltjes of
zittingverhogers in gebruik zijn, is er vaak geen plaats meer voor een
derde. In zo’n geval mag een kind vanaf 3 jaar op de overgebleven
zitplaats de gordel gebruiken.
Geen gordels achterin
Kinderen jonger dan 3 jaar mogen niet op de achterbank
vervoerd worden als daar geen gordels aanwezig zijn. De gordels zijn
immers nodig om het autostoeltje vast te maken. Kinderen vanaf 3 jaar en
volwassenen mogen in dat geval los op de achterbank zitten.
Geen gordels voorin én achterin
Als voorin de auto ook geen gordels aanwezig zijn, mogen
kinderen tot 3 jaar helemaal niet worden meegenomen. Kinderen van 3 jaar
en ouder mogen in een auto zonder gordels niet voorin zitten als ze
kleiner zijn dan 1,35 meter.
Vervoer van ‘andere’ kinderen
Van ouders en pleegouders wordt verwacht dat ze voor hun
eigen kind een autostoeltje of zittingverhoger in de auto hebben. Maar er
rijden misschien ook wel eens andere kinderen mee, bijvoorbeeld spelertjes
van een jeugdteam naar een uitwedstrijd. Voor deze kinderen kan niet
altijd een autostoeltje of zittingverhoger
aanwezig zijn. Bij dit soort incidenteel vervoer over
beperkte afstand (dus niet op een vakantiereis) mogen op de
achterzitplaatsen kinderen vanaf 3 jaar (maar niet de eigen kinderen)
volstaan met gebruik van de gordel. Zorg, als dit soort vervoer vaker
voorkomt, toch voor één of meer extra autostoeltjes of zittingverhogers,
want dat is echt veel veiliger.
Taxi- en busvervoer
In bussen en op de achterbank van een taxi is een
autostoeltje of zittingverhoger niet verplicht. Kinderen vanaf 3 jaar en
volwassenen moeten dan de gordels gebruiken, voor zover aanwezig, en
kinderen jonger dan 3 jaar mogen in dat geval los worden
vervoerd. Neem bij voorkeur geen kind op schoot, want dat is riskant bij
een frontale botsing.
Wat is er nog meer nieuw?
Airbag
Op een zitplaats met een airbag ervoor mogen kinderen niet
worden vervoerd in een (baby)autostoeltje dat tegen de rijrichting in is
geplaatst. Dit mag alleen, als de airbag is uitgeschakeld. Of dat
uitschakelen mogelijk is en hoe dat dan moet, staat in de
gebruiksaanwijzing van de auto. Of anders kan de garage wel helpen.
Verkeerd gebruik
Autogordels, autostoeltjes en zittingverhogers werken
alleen goed als ze gebruikt worden op de manier die door de fabrikant is
voorgeschreven. Zo zijn ze ook getest. Het is dan ook niet langer
toegestaan om deze beveiligingsmiddelen op een onjuiste manier te
gebruiken, bijvoorbeeld door een deel van de gordel achterlangs te dragen
of met een gordelgeleider (zie onder) de loop van de gordel te veranderen.
Dit geldt ook voor zwangere vrouwen. Ook voor hen en hun ongeboren kind is
het veel veiliger de gordel op de juiste manier te dragen: het
heupgedeelte onder de buik, zo laag mogelijk over het bekken, het
diagonale deel over de borst, boven de buik.
Gordel achterlangs
Het is verboden om het diagonale (schuin lopende) deel van
de gordel onder de arm of achter het lichaam langs te leiden. De gordel is
niet ontworpen om zo te worden gebruikt en werkt dan ook niet goed. Als de
gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, gebruik dan een
goedgekeurde zittingverhoger (of zie hieronder).
Gordelgeleiders
Een gordelgeleider (gordelclip) moet ervoor zorgen dat het
diagonale deel van de autogordel over de schouder loopt en niet over de
hals. Een gordelgeleider kan deel uitmaken van een zittingverhoger. Er
zijn ook afzonderlijke gordelgeleiders te koop. Deze laatste mogen niet
gebruikt worden, behalve:
- 1. door volwassenen
- 2. door kinderen zwaarder dan 36 kg
- 3. in de eerdergenoemde uitzonderingsgevallen waarin geen
kinderzitje gebruikt hoeft te worden
De afzonderlijke gordelgeleiders die in deze gevallen zijn
toegestaan, moeten aan enkele eisen voldoen. Zij mogen alleen aan het
diagonale deel van de autogordel zijn bevestigd. Een gordelgeleider die
het heupdeel met het diagonale deel verbindt is dus altijd verboden.
Verder mag Een gordelgeleider de goede werking van de gordel niet
belemmeren en mag hij geen ruwe delen hebben die de gordel kunnen
beschadigen.
Voor kinderen blijft een zittingverhoger veiliger. Die
zorgt er namelijk ook voor dat het heupgedeelte van de gordel over het
bekken loopt en niet over de buik. Daardoor kan bij een ongeval ernstige
inwendig letsel voorkomen worden. Met een gordelgeleider blijft de kans op
dergelijk letsel aanwezig. Gebruik dus als het even kan liever een
zittingverhoger.
Welk kinderzitje voor welk kind?
Is uw kind groter of kleiner dan
1,35 meter?
Groter: uw kind moet de autogordel gebruiken (voor
zover beschikbaar). Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de
borst of als het heupgedeelte over de buik loopt (dat is vrijwel altijd
het geval als het kind onderuit gezakt moet zitten om de knieën te kunnen
buigen), gebruik dan ook een zittingverhoger.
Kleiner:
Hoe zwaar is uw kind?
|
Minder dan 13 kg |
Tussen 9 en 18 kg |
Tussen 15 en 36 kg |
Meer dan 36 kg |
|
Kies dan voor een: |
|
Babyautostoeltje |
Kinderautostoeltje |
Zittingverhoger |
Autogordel, eventueel met zittingverhoger of
afzonderlijke gordelgeleider (gordelclip/gordelklem) |
|
Groep 0 (tot 9 kg) en 0+ (tot 13 kg) |
Groep 1 |
Groep 2 en 3 |
Zie onderstaande toelichting |
Groep 0 en 0+: Babyautostoel
Het babyautostoeltje wordt tegen de rijrichting in
geplaatst. Met de driepuntsgordel van de auto wordt het stoeltje
vastgezet. Het kind wordt met een Y-gordel vastgemaakt. Sommige van deze
stoeltjes kunnen ook met een zogeheten ISOFIX systeem worden vastgezet:
aan de achterkant van het autostoeltje zitten dan twee uitsteeksels.
Auto’s die voor dit systeem zijn uitgerust hebben tussen de rugleuning en
de zitting twee 'ankers'. De uitsteeksels klikt u heel gemakkelijk in de
'ankers' en het autostoeltje zit vast. Soms is er een derde
bevestigingspunt. Kijk voor meer informatie in de handleiding van het
autostoeltje.
Groep 1: Kinderautostoel
Het kinderautostoeltje is bedoeld voor kinderen die al
zelfstandig kunnen zitten. Het kind wordt met de vijfpuntsgordel van het
autostoeltje vastgemaakt. Vaak hebben deze autostoeltjes meerdere standen
en worden ze met de rijrichting mee geplaatst. Een kinderautostoeltje
wordt met de autogordel of met SOFIX bevestiging vastgezet.
Groep 2 en 3: Zittingverhoger (ook wel booster seat
genoemd)
Het kind zit op de zittingverhoger en wordt vastgemaakt
met de autogordel. De zittingverhoger zorgt ervoor dat het diagonale deel
van de autogordel niet langs de hals, maar over de borst en het
sleutelbeen van het kind loopt. Ook zorgt de zittingverhoger ervoor dat de
heupgordel over de heupen en niet over de buik loopt. Dit laatste kan voor
ernstig inwendig letsel zorgen. Zittingverhogers zijn er met en zonder
rugleuning. Het beste is om er één te kopen met (afneembare) rugleuning.
De rugleuning is meestal in hoogte verstelbaar en zorgt voor betere
zijwaartse steun als het kind onderweg in slaap valt. Bovendien biedt de
rugleuning enige bescherming bij aanrijdingen van opzij. Ook zorgt de
rugleuning ervoor dat het kind iets naar voren komt en daardoor de knieën
kan buigen. Dat zit prettiger en voorkomt onderuit zakken. Als het kind
onderuitgezakt zit, zit de heupgordel niet oed meer en dat kan weer tot
buikletsel leiden bij een botsing.
Kinderen zwaarder dan 36 kg
Er zijn geen autostoeltjes of zittingverhogers goedgekeurd
voor kinderen boven de 36 kg. Deze kinderen zouden dan alleen de
autogordel moeten gebruiken. Als bij deze kinderen de gordel over de hals
loopt in plaats van over de schouder, is het verstandig om ze toch op een
zittingverhoger te vervoeren totdat ze lang genoeg zijn om alleen de
autogordel te gebruiken. Een andere mogelijkheid voor deze kinderen is om
een apart aangeschafte gordelgeleider (gordelclip/gordelklem) te
gebruiken. Kies alleen voor deze laatste optie als het echt niet anders
kan!
|